Talentontwikkeling

Komend atletiekzomerseizoen heeft veel mooie toernooien voor alle categorieën: het WK in Berlijn,
het EK<23 in Kaunas, het EJK in Novi Sad, en de EYOF in Tampere. De laatste toernooien zijn voor
de ontwikkeling van jonge atleten een mooie manier ergens naar toe werken. Als A-junior heb ik het
EJK en WJK mogen meemaken en daarna als twintigjarige het eerste EK<23 in Turku (Finland),
hiermee volgde ik een ideale opbouw richting een topsportcarrière. De leerschool die ik toen heb
gehad kan ik goed gebruiken, jonge meerkampers op te leiden voor de Europese- en Wereldtop.
Dit post-Olympisch jaar is het begin van een nieuwe Olympische cyclus. Alle gemaakte of nog te maken
plannen moeten leiden tot Olympische successen in Londen 2012 of in de jaren erna. Om mee te
kunnen met de toonaangevende landen moet er geïnvesteerd worden in jonge atleten: talentontwikkeling
is de komende jaren een speerpunt. Bij de Atletiekunie zijn drie vakgroepen - een voor Sprint, een
voor Mila en een voor de Meerkamp - gestart met een fulltime trainingsprogramma voor toptalenten.
Op Papendal wordt er naast trainingen gezorgd voor medische begeleiding, slaapplaatsen,
ondersteuning bij studie en het zoeken naar woonruimte. Het doel is de beste talenten de beste
opleiding te geven zodat ze zich straks kunnen meten met de wereldtop.
Op dit ogenblik neemt een tiental atleten van 15 jaar tot 20 jaar deel aan het meerkampprogramma. Er
wordt 6 dagen in de week getraind en afhankelijk van leeftijd, school en woonplaats, meerdere keren
per week op Papendal. Sommige atleten wonen op of rond Papendal, de anderen overnachten
regelmatig om de ochtend daarna weer te kunnen trainen. Voor mij was het een nieuwe situatie,
dagelijks kunnen werken met de beste talenten, op een goede (indoor-) accommodatie, dagelijkse
medische begeleiding, genoeg materialen en met kleine groepjes (1 tot 3 atleten). In de
wintermaanden leek het wel of de atleten per dag vooruitgingen, door de ‘lerende’ omgeving konden
ze zich sneller ontwikkelen dan in hun oude situatie. Met de oude situatie bedoel ik de clubs, hier
trainen de talenten nog 1 tot 3 keer per week onder hun clubcoaches. Deze samenwerking bevalt mij
erg goed, ik kan voor tien meerkampers niet alle training doen en het is goed dat een meerkamper
leert met andere coaches te werken. Het is wel belangrijk dat de coördinatie van het programma door
één coach gedaan wordt. Dit is mijn taak en totdat de atleten de volledige overstap maken naar
Papendal blijft de samenwerking met de clubcoaches essentieel voor hun ontwikkeling. Het vergroten
van de belastbaarheid en het verbeteren van de individuele technieken dragen bij aan de doelstelling
van het meerkampprogramma en zorgen voor een goede basis waarmee de atleten het leven van een
topsporter aankunnen. Volgens een vaste weekstructuur met kracht-, loop- en techniektrainingen
creëren de atleten fysieke voorwaarden. Daarnaast wordt over voeding, wedstrijdvoorbereiding en
planning, arbeid- rustverhouding en psychische processen het een en ander geleerd. Het plaatje
wordt zo compleet mogelijk aangeboden op Papendal, rekening houdend met de ontwikkelingsfase
van de atleten. We kijken naar wat de atleten nodig hebben om uiteindelijk de top te halen. Dit
betekent soms lastige keuzes maken, aan de andere kant is de keus je droom te volgen meestal niet
zo moeilijk.
Afgelopen winter gingen alle deelnemers aan het meerkampprogramma goed vooruit. Tijdens de
voorjaarsstage op Tenerife, legden we een volgend stukje van de basis voor de zomer waar voor de
jonge meerkampers voorlopig maar één weekend telt, dat van het NK-meerkamp op 6 en 7 juni.
Ik wens iedereen een goede voorbereiding en een succesvol zomerseizoen toe.

Nieuws

Ingmar Vos met veel p.r.ís richting Parijs

Hij veroverde afgelopen weekend in Apeldoorn de Nederlandse meerkamptitel, maar ...

Lees meer »